Inhuurbron

Uitleg

€38-grens voor zzp'ers: geen minimumtarief, wel een rechtsvermoeden

Werken voor €38 per uur of minder blijft toegestaan. De nieuwe wet geeft laagbetaalde werkenden straks wel een sterkere positie wanneer zij menen dat hun opdracht eigenlijk een arbeidsovereenkomst is. De opdrachtgever moet dan tegenbewijs leveren.

· Leestijd ± 5 minuten

De wet voor een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst is op 29 juni 2026 gepubliceerd in het Staatsblad. Daarmee is de parlementaire behandeling afgerond.

De populaire term ‘€38-ondergrens’ dekt de inhoud niet goed. De wet verbiedt lagere zzp-tarieven niet en maakt van een zzp’er met een laag tarief niet automatisch een werknemer. Het bedrag bepaalt wie een beroep kan doen op het nieuwe rechtsvermoeden.

De regeling is nog niet van kracht. De ingangsdatum moet bij koninklijk besluit worden vastgesteld. Ook het bedrag dat bij de start geldt, volgt nog uit een ministeriële regeling.

Waarom noemt de wet €36 en het kabinet €38?

In de gepubliceerde wettekst staat een bedrag van €36. Dat bedrag is gebaseerd op het wettelijk minimumuurloon van 1 januari 2025.

De grens wordt aangepast aan de ontwikkeling van het minimumloon en naar boven afgerond op hele euro’s. Voor 1 januari 2026 kwam de berekening uit op €37,07. Na afronding werd dat €38.

Het kabinet gebruikt daarom €38 als bedrag met peildatum 1 januari 2026. Het definitieve bedrag bij de invoering kan anders uitvallen, afhankelijk van de ingangsdatum en de ministeriële regeling.

Zo werkt het rechtsvermoeden

Een zzp’er werkt bijvoorbeeld voor €35 per uur en vindt dat de opdracht in de praktijk op een dienstverband lijkt. Na invoering van de wet kan de zzp’er zich tegenover de opdrachtgever beroepen op het rechtsvermoeden.

De werkende moet kunnen onderbouwen dat de beloning op of onder de geldende grens ligt. Daarna moet de opdrachtgever aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat.

Voor dat tegenbewijs geldt de normale beoordeling van artikel 7:610 BW. Daarbij wordt onder meer gekeken naar:

Alle omstandigheden tellen mee. Een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, een zzp-contract of een factuur is op zichzelf onvoldoende.

Een vakman met eigen gereedschap, verschillende klanten en verantwoordelijkheid voor herstelwerk kan ook met een laag tarief zelfstandig werken. Een interim-professional van €80 per uur kan juist werknemer blijken als diegene jarenlang onder leiding van een manager in een vast team werkt.

Wanneer de opdrachtgever het rechtsvermoeden voldoende weerlegt, blijft de relatie een opdrachtrelatie. Lukt dat niet, dan kan worden vastgesteld dat er een arbeidsovereenkomst bestaat.

€39 per uur biedt geen DBA-zekerheid

Een verhoging van €37 naar €39 voorkomt een beroep op dit specifieke rechtsvermoeden. De arbeidsrelatie zelf verandert daardoor niet.

Ook boven de grens kan sprake zijn van schijnzelfstandigheid. De gewone toets blijft gelden bij ieder tarief. De manier waarop partijen daadwerkelijk samenwerken, weegt zwaarder dan het bedrag op de factuur of de naam van het contract.

De €38-grens is bovendien civielrechtelijk. De werkende kan zich erop beroepen tegenover de opdrachtgever en eventueel bij de rechter. De Belastingdienst gebruikt het bedrag niet als fiscale handhavingsgrens.

De Belastingdienst beoordeelt zelfstandig of sprake is van een dienstbetrekking. Sinds 1 januari 2025 kan de fiscus bij schijnzelfstandigheid direct correcties en naheffingen opleggen. In 2026 zijn onder voorwaarden ook vergrijpboetes mogelijk.

Mogelijke gevolgen voor bestaande opdrachten

De regeling krijgt volgens de parlementaire toelichting onmiddellijke werking. Hierdoor kan het rechtsvermoeden na de ingangsdatum ook worden gebruikt bij opdrachten die eerder zijn begonnen en op dat moment nog doorlopen.

Blijkt de relatie een arbeidsovereenkomst, dan kan die vaststelling betrekking hebben op de volledige duur van de samenwerking. De werkende kan mogelijk aanspraak maken op bijvoorbeeld vakantiegeld, betaalde vakantie, loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming. Welke rechten met terugwerkende kracht kunnen worden opgeëist, hangt af van de omstandigheden en de geldende verjaringstermijnen.

Voor particuliere opdrachtgevers geldt een uitzondering. Het rechtsvermoeden is niet van toepassing wanneer een particulier iemand inschakelt buiten een beroep of bedrijf. De gewone regels voor het beoordelen van een arbeidsovereenkomst blijven daar wel gelden.

Wat kunnen zzp’ers en opdrachtgevers nu doen?

Zzp’ers met tarieven rond of onder €38 doen er goed aan om vast te leggen hoe zij werken. Denk aan offertes, tariefonderhandelingen, vrijheid bij de uitvoering, investeringen en het risico op herstelwerk. Bij een vaste projectprijs kan een urenregistratie helpen om de feitelijke uurbeloning te onderbouwen.

Opdrachtgevers kunnen nu al inventariseren welke zelfstandigen rond of onder de grens werken. Daarbij moet vooral worden gekeken naar de praktijk: wie bepaalt de werkwijze, draait de zzp’er mee in het personeelsrooster en wie draagt het risico als het werk niet goed wordt uitgevoerd?

Een tariefsverhoging naar net boven de grens neemt alleen het rechtsvermoeden weg. Als iemand feitelijk als werknemer werkt, blijft een arbeidsovereenkomst de aangewezen contractvorm.

De €38-regel verandert vooral de bewijspositie. Laagbetaalde werkenden krijgen een betere uitgangspositie, terwijl de inhoudelijke beoordeling van de arbeidsrelatie hetzelfde blijft.

Officiële bronnen

Dit artikel is informatief en bevat geen individueel juridisch of fiscaal advies.


Inhuurbron · Alle artikelen · Methode & beperkingen