Onderzoek Inhuurbron
Eén op de zes inhuuraanvragen bij de (semi)overheid wijst op een warme stoel
De warme stoel: een aanvraag die openbaar wordt uitgezet terwijl de winnaar in de praktijk al vast lijkt te staan. Een analyse van bijna 20.000 openbaar gepubliceerde aanvragen van overheden en semipublieke organisaties laat zien hoe vaak signalen daarvan voorkomen, waar en waaraan je ze herkent.
Redactie Inhuurbron · · Leestijd ± 6 minuten
Begin januari verschijnt op een groot inhuurplatform een aanvraag van een landelijke uitvoeringsorganisatie: gezocht, een ontwikkelaar met kennis van een niche‑contentmanagementsysteem. Startdatum: 1 januari. Reageren kan tot en met 8 januari.
Verplicht is drie jaar ervaring met een softwareversie die dan nog geen twee jaar op de markt is. Bij de wensen staat ervaring bij de organisatie zelf. Vrijwel dezelfde rol was maanden eerder al eens uitgezet, ook toen met een startdatum vóór de sluitingsdatum.
Dit is de warme stoel: een aanvraag die niet dient om een kandidaat te vinden, maar om een al gemaakte keuze te formaliseren, vaak de verlenging van iemand die er al zit.
Inhuurbron analyseerde bijna 20.000 inhuuraanvragen van Nederlandse overheden en semipublieke organisaties. Eén op de zes vertoont één of meer kenmerken die passen bij een procedure die mede is ingericht rond een verlenging, een voorkeur of een al lopende inzet. Het onderzoek laat daarmee zien hoe vaak publieke inhuur de vorm van open concurrentie aanneemt terwijl signalen in tekst en tijdlijn op iets anders wijzen; bewezen misstanden per individuele aanvraag zijn het niet. Een vooraf geregelde aanvraag zonder zulke sporen blijft buiten beeld; een formele foutmarge is nog niet vast te stellen.
Verplicht adverteren
Deze aanvragen komen voort uit de manier waarop de overheid extern inhuurt. Overheden contracteren zelfstandigen zelden rechtstreeks. Ze werken met raamovereenkomsten, langlopende contracten met een vaste groep leveranciers waarbinnen losse aanvragen worden uitgezet, en met brokers, tussenpartijen die de inhuur afhandelen. Binnen die constructies moeten aanvragen vaak opnieuw in concurrentie worden uitgezet, ook wanneer een afdeling al een duidelijke voorkeur heeft of met een zittende kracht verder wil.
Zo’n aanvraag is dan vaak geen keuze maar een verplichting: een verlenging moet opnieuw langs de markt, en een inkoper die de regels volgt kan weinig anders. Aan de aanvraag zelf is alleen niet te zien of het om zo’n formaliteit gaat of om een echte vacature.
In zeven op de duizend aanvragen staat de beoogde kandidaat in de tekst, veelal met voor‑ en achternaam; andere melden dat een voorkeurskandidaat al is geselecteerd. Die openheid heeft een voordeel: je ziet direct dat reageren waarschijnlijk weinig zin heeft. Dat ligt anders bij de veel grotere rest, die op papier open oogt.
Gestart vóór de sluitingsdatum
De hardste aanwijzingen zitten niet in de tekst, maar in de datums. Bij één op de zeven aanvragen die zowel een startdatum als een reactietermijn vermelden, ligt de startdatum op of kort vóór de sluitingsdatum. Soms is dat een administratieve slordigheid, het kan er ook op wijzen dat de invulling al geregeld is.
Zes voorbeelden uit de gemarkeerde aanvragen
Organisaties weergegeven als type; looptijd zoals vermeld in de aanvraag.
| Functie | Organisatietype | Looptijd | Wat opvalt |
|---|---|---|---|
| Beleidsadviseur mobiliteit | Gemeente | 1 dag | Verplicht: aantoonbare kennis van het grondgebied van de eigen gemeente |
| Information security officer | Gemeente | 1 dag | Naast de looptijd: een lange lijst verplichte certificeringen en ervaringseisen |
| Jurist handhaving en Woo | Gemeentelijk samenwerkingsverband | 2 dagen | Verplicht: hbo‑ én wo‑bachelor rechten, plus vijf jaar gemeentelijke ervaring |
| Wmo‑consulent | Gemeente | 8 dagen | Verplicht: vier jaar ervaring in exact dezelfde rol, naast de korte looptijd |
| Senior planeconoom | Gemeente | 12 maanden | Verplicht: twee jaar aaneengesloten ervaring bij een stad met meer dan 100.000 inwoners, opgedaan in de laatste vier jaar |
| Consulent inburgering | Gemeente | 9 dagen | Interne systemen van de organisatie bij naam genoemd in de eisen |
Bron: Inhuurbron, juli 2026. Alle zes zijn door de analyse gemarkeerd; de looptijd is de contractperiode zoals die in de aanvraag staat. De kolom 'Wat opvalt' toont het meest zichtbare signaal; een markering berust op inhoudelijke kenmerken of een combinatie van signalen.
Achter de meeste van deze aanvragen zit een gewone gang van zaken: een lopend project, een zittende kracht die goed functioneert, en een raamovereenkomst die voorschrijft dat de voortzetting opnieuw wordt uitgevraagd. De uitvoeringsorganisatie uit de openingscasus wijkt weinig af van vergelijkbare organisaties: bijna één op de vijf van haar aanvragen draagt zulke kenmerken, iets boven het gemiddelde. Juist dat maakt het patroon hardnekkig: alles verloopt volgens de regels, en toch dingt de markt geregeld mee naar aanvragen waarvan de uitkomst al bepaald lijkt.
Waaraan gemarkeerde aanvragen worden herkend
Doorslaggevend kenmerk, als aandeel van de gemarkeerde aanvragen.
| Doorslaggevend kenmerk | Aandeel |
|---|---|
| Eisenprofiel op maat van één kandidaat | 81% |
| Tijdlijn klopt niet (o.a. start vóór deadline) | 8% |
| Beoogde kandidaat genoemd of al geselecteerd | 6% |
| Verlenging van zittende kracht | 4% |
| Overige kenmerken | 1% |
Bron: Inhuurbron, juli 2026. Per gemarkeerde aanvraag is het zwaarst wegende kenmerk geteld.
Waar de kenmerken zich concentreren
Het beeld verschilt per organisatietype. Bij het Rijk en de grote uitvoeringsorganisaties is bijna één op de vijf aanvragen gemarkeerd, bij provincies vrijwel evenveel. Gemeenten zitten rond het gemiddelde. Waterschappen en semipublieke organisaties als netbeheerders zitten daaronder; onderwijs‑ en onderzoeksinstellingen het laagst.
Aandeel gemarkeerde aanvragen per organisatietype
| Organisatietype | Geanalyseerd | Aandeel gemarkeerd |
|---|---|---|
| Rijk en uitvoeringsorganisaties | 3.321 | 18,5% |
| Provincies | 556 | 18% |
| Gemeenten | 10.775 | 16,5% |
| Overige publieke organisaties | 2.108 | 15% |
| Waterschappen | 392 | 13,5% |
| Semipubliek (netbeheer, infrastructuur, zorg) | 1.837 | 12% |
| Onderwijs en onderzoek | 215 | 8% |
Bron: Inhuurbron, juli 2026. Indeling op basis van de naam van de opdrachtgever. Gemiddelde over alle publieke aanvragen: 16 procent. Percentages afgerond op halve procenten; aandelen bij kleine groepen zijn indicatief.
Die verschillen vragen om voorzichtigheid. Organisaties verschillen in het soort opdrachten dat ze uitzetten: specialistische ICT‑diensten stellen vaker niche‑eisen, wat de kans op markering verhoogt zonder dat er meer aan de hand hoeft te zijn. Aandelen bij kleine groepen zijn grillig. En de analyse meet deels openheid: wie eerlijk opschrijft dat een verlenging voorligt, is makkelijker te markeren dan wie hetzelfde verpakt als open aanvraag. Een hoog aandeel kan dus ook betekenen dat een organisatie er weinig doekjes om windt.
‘Alles verloopt volgens de regels, en toch dingt de markt geregeld mee naar aanvragen waarvan de uitkomst al bepaald lijkt’
Het eisenprofiel als vingerafdruk
De grootste categorie kenmerken is subtieler dan een verkeerde datum: het eisenpakket dat op één persoon lijkt toegeschreven. De analyse toetst op vijf maatwerk‑kenmerken: ervaring bij precies dit type organisatie, ervaring met het ene nichesysteem dat daar draait, precieze tijdseisen (‘de afgelopen drie jaar aaneengesloten’), organisaties die zichzelf in de eisen noemen, en een ongebruikelijk lange lijst verplichte eisen.
Elk kenmerk afzonderlijk is onschuldig, maar het aandeel gemarkeerde aanvragen stijgt met elk extra kenmerk: van ruim 6 procent bij nul van deze vijf kenmerken tot boven de helft bij alle vijf. Daarbij past een voorbehoud: deze kenmerken wegen mee in de beoordeling zelf, dus die oploop is geen onafhankelijke bevinding. Wel laat hij zien hoe zwaar het eisenprofiel in de markering weegt, en waar je als lezer zelf op kunt letten.
Er is ook een aanwijzing die buiten de beoordeling om is gemeten. Gemarkeerde aanvragen blijken anderhalf keer zo vaak een herpublicatie te zijn van een eerdere aanvraag met dezelfde functietitel bij dezelfde opdrachtgever: 16 procent, tegen 11 procent van de overige aanvragen. Herpublicatie weegt niet mee in de score, maar past bij het patroon van verlengingen en overbruggingen.
Uren die niemand vergoedt
De rekening ligt bij de aanbieder. Een aanbieding kost tijd: de aanvraag doornemen, een motivatie schrijven, het offerteformulier invullen. Hoeveel precies verschilt per ondernemer en per aanvraag, maar wie er een uur over doet en in een jaar op tien van zulke aanvragen reageert, is daar ruim een werkdag aan kwijt, terwijl er waarschijnlijk weinig kans tegenover stond. Een senior ontwikkelaar die voor dit artikel zijn dossier deelde, schat dat het hem over de jaren tientallen uren heeft gekost.
Zulke rondes maken zelfstandigen bovendien selectiever: wie vaak tevergeefs reageert, wordt ook bij echte aanvragen terughoudender. Organisaties die open werven, bereiken daardoor minder kandidaten. Zo betaalt iedereen mee: de zzp’er in onbetaalde uren, de inkoper in gemiste kandidaten, de belastingbetaler in een inhuurmarkt waar de concurrentie op papier groter is dan in de praktijk.
Wat eraan te doen valt
De uitweg zit niet in minder transparantie, maar in eerlijker transparantie. Een verlenging labelen als verlenging zou de markt direct duidelijkheid geven; de aanvragen die de zittende kandidaat nu al benoemen, laten zien dat het kan en dat het vrijwel geen tijd kost. Het publiceren van de gunning zou zichtbaar maken hoe vaak de zittende kandidaat wint. En waar het aanbestedingsrecht ruimte laat om opdrachten met een bekende voorkeurskandidaat onderhands af te handelen, is die route voor de markt mogelijk minder belastend dan een openbare ronde die vooral voor de vorm wordt gehouden.
De ontwikkelaar reageert nog steeds op aanvragen. Alleen leest hij ze tegenwoordig van achteren naar voren: eerst de datums, dan pas de eisen. Niet omdat de tekst liegt, maar omdat de datums dat niet kunnen.
Zelf een aanvraag beoordelen? De warme-stoel-check toetst een aanvraagtekst aan de kenmerken uit dit onderzoek en toont alle gevonden signalen.
Methode
Inhuurbron verzamelde 35.444 inhuuraanvragen die openbaar zijn gepubliceerd op tientallen Nederlandse platforms, bij brokers en op opdrachtgeverssites. Dit artikel is gebaseerd op de 19.204 aanvragen daarvan met een publieke of semipublieke opdrachtgever, het overgrote deel uit 2025 en 2026. Alle cijfers in dit artikel komen uit dezelfde momentopname van 5 juli 2026. De sectorindeling en de indeling naar organisatietype zijn bepaald op basis van de naam van de opdrachtgever. Dubbele publicaties van dezelfde aanvraag zijn waar mogelijk samengevoegd op basis van opdrachtgever, functietitel en tekstuele overlap; volledige ontdubbeling over platforms heen is niet gegarandeerd.
Elke aanvraag is beoordeeld door een taalmodel dat de tekst toetst aan vooraf omschreven kenmerken, waaronder eisen op maat, zelfverwijzingen, verlengingstaal en de tijdlijn, aangevuld met deterministische datumcontroles zoals startdatum versus reactietermijn. De score is trapsgewijs opgebouwd: omstandigheden alleen, zoals een krappe tijdlijn, leiden hoogstens tot een score van 0,5 op een schaal van 0 tot 1. Een aanvraag geldt pas als gemarkeerd (0,75 of hoger) bij ten minste één inhoudelijk kenmerk of een combinatie van onafhankelijke kenmerken. Aanvragen waarvan de markering uitsluitend op een inmiddels gesloten status berustte, zijn uitgesloten. Als controle buiten de modelscore om is per aanvraag nagegaan of dezelfde opdrachtgever eerder een aanvraag met dezelfde functietitel publiceerde; die vergelijking is gemaakt voor aanvragen met een bekende publicatiedatum.
Beperkingen
De methode is ontwikkeld en bijgesteld aan de hand van handmatig beoordeelde steekproeven en enkele door betrokkenen bevestigde gevallen. Een eerdere versie die gesloten aanvragen ten onrechte als signaal meetelde, is gecorrigeerd, waarna de betrokken aanvragen opnieuw zijn beoordeeld. Een systematische validatie tegen een onafhankelijke, door mensen gelabelde testset is nog niet uitgevoerd; een formele foutmarge is daarom niet vast te stellen. De markeringen zijn indicaties op groepsniveau, geen bewijs over individuele aanvragen. Het verband tussen maatwerk‑kenmerken en markeringskans is geen onafhankelijke bevinding, omdat die kenmerken meewegen in de beoordeling zelf; dat verband is bovendien gemeten over de volledige dataset, niet alleen het publieke deel.
In dit artikel worden geen individuele organisaties genoemd; namen noemen wij pas na wederhoor. De beschreven casus is gebaseerd op de gepubliceerde tekst en datums van de aanvraag zelf. De geïnterviewde ontwikkelaar is bij de redactie bekend.
Inhuurbron · Alle artikelen · Methode & beperkingen