Inhuurbron

Onderzoek Inhuurbron

Een op de zes inhuuraanvragen bij de (semi)overheid wijst op een warme stoel

De warme stoel: een aanvraag die openbaar wordt uitgezet terwijl de winnaar in de praktijk al vaststaat. Een analyse van bijna 20.000 openbaar gepubliceerde aanvragen van overheden en semipublieke organisaties laat zien hoe vaak signalen daarvan voorkomen, waar en waaraan je ze herkent.

· Leestijd ± 7 minuten

Begin januari verschijnt op een groot inhuurplatform een aanvraag van een landelijke uitvoeringsorganisatie: gezocht, een ontwikkelaar met kennis van een niche‑contentmanagementsysteem. Startdatum: 1 januari. Reageren kan tot en met 8 januari.

Verplicht is drie jaar ervaring met een softwareversie die dan nog geen twee jaar op de markt is. Bij de wensen staat ervaring bij de organisatie zelf. Vrijwel dezelfde rol was maanden eerder al eens uitgezet, ook toen met een startdatum die voor de sluitingsdatum lag.

Dit is de warme stoel: een aanvraag die niet dient om een kandidaat te vinden, maar om een al gemaakte keuze te formaliseren, vaak de verlenging van iemand die er al zit.

Inhuurbron analyseerde bijna 20.000 inhuuraanvragen van Nederlandse overheden en semipublieke organisaties. Een op de zes vertoont een of meer kenmerken die passen bij een procedure die mede is ingericht rond een verlenging, een voorkeur of een al lopende inzet. Het onderzoek laat daarmee zien hoe vaak publieke inhuur de vorm van open concurrentie aanneemt terwijl signalen in tekst en tijdlijn op iets anders wijzen; bewezen misstanden per individuele aanvraag zijn het niet.

Wat het cijfer wel en niet zegt

Een op de zes is een telling van openbaar zichtbare signalen, geen schatting van het werkelijke aantal warme stoelen. Het werkelijke aandeel kan hoger of lager liggen: niet elke gemarkeerde aanvraag verbergt een vooraf bepaalde winnaar, en omgekeerd laat lang niet elke voorkeursconstructie sporen na in de gepubliceerde tekst. Een aanvraag die vooraf geregeld is maar onopvallend is opgeschreven, blijft buiten beeld.

Een landelijk ijkpunt om het cijfer naast te leggen ontbreekt bovendien. ABDTOPConsult, een adviesgroep van topambtenaren van het Rijk, schreef in 2024 in het rapport Grip op ICT‑inhuur over deze praktijk: ‘We hebben geen betrouwbaar beeld hoe ons als Rijk dit vergaat. We registreren niet of een opdracht gegund is aan een bekende of dat sprake is van een “warme stoel”.’ De omschrijving die het rapport hanteert, iemand zit langere tijd op dezelfde opdracht en die wordt opnieuw aangeboden voor een vervolg, ligt dicht bij wat dit onderzoek meet.

Andere bronnen maken aannemelijk dat het verschijnsel niet incidenteel is. Twee inhuurconsultants van adviesbureau Significant Synergy stelden begin 2024 in een interview dat de ‘eigen werving’, hun term voor een aanvraag waarbij de manager al heeft besloten welke kandidaat gaat starten, ‘binnen elke organisatie in meer of mindere mate’ aan de orde is. Bij een dynamisch aankoopsysteem, een veelgebruikte openbare inkoopprocedure voor inhuur, is de kandidaat volgens hen regelmatig al gekozen en wordt de procedure ‘enkel doorlopen als formaliteit’. En bij ABN AMRO, geen overheid maar wel een grote inhuurder, was aanvankelijk 80 procent van de ingehuurden een voorkeurskandidaat van de inhurende manager; na de komst van een transparantere interne marktplaats daalde dat naar 60 procent.

Die cijfers zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar met deze analyse en bewijzen geen landelijk percentage. Wel passen ze bij het beeld dat de warme stoel geen randverschijnsel is.

Verplicht adverteren

De gemarkeerde aanvragen komen voort uit de manier waarop de overheid extern inhuurt. Overheden contracteren zelfstandigen zelden rechtstreeks. Ze werken met raamovereenkomsten, langlopende contracten met een vaste groep leveranciers waarbinnen losse aanvragen worden uitgezet, en met brokers, tussenpartijen die de inhuur afhandelen. Binnen die constructies moeten aanvragen vaak opnieuw in concurrentie worden uitgezet, ook wanneer een afdeling al een duidelijke voorkeur heeft of met een zittende kracht verder wil.

Zo’n aanvraag is dan vaak een verplichting: een verlenging moet opnieuw langs de markt, en een inkoper die de regels volgt kan weinig anders. Aan de aanvraag zelf is alleen niet te zien of het om zo’n formaliteit gaat of om een echte vacature.

In zeven op de duizend aanvragen staat de beoogde kandidaat in de tekst, veelal met voor‑ en achternaam; andere melden dat een voorkeurskandidaat al is geselecteerd. Die openheid heeft een voordeel: je ziet direct dat reageren weinig zin heeft. Dat ligt anders bij de veel grotere rest, die op papier open oogt.

Gestart voor de sluitingsdatum

De hardste aanwijzingen zitten niet in de tekst, maar in de datums. Bij een op de zeven aanvragen die zowel een startdatum als een reactietermijn vermelden, ligt de startdatum op of kort voor de sluitingsdatum. Soms is dat een administratieve slordigheid, maar het kan er ook op wijzen dat de invulling al geregeld is.

Zes voorbeelden uit de gemarkeerde aanvragen

Organisaties weergegeven als type; looptijd zoals vermeld in de aanvraag.

Functie Organisatietype Looptijd Wat opvalt
Beleidsadviseur mobiliteit Gemeente 1 dag Verplicht: aantoonbare kennis van het grondgebied van de eigen gemeente
Information security officer Gemeente 1 dag Naast de looptijd: een lange lijst verplichte certificeringen en ervaringseisen
Jurist handhaving en Woo Gemeentelijk samenwerkingsverband 2 dagen Verplicht: hbo‑ en wo‑bachelor rechten, plus vijf jaar gemeentelijke ervaring
Wmo‑consulent Gemeente 8 dagen Verplicht: vier jaar ervaring in exact dezelfde rol, naast de korte looptijd
Senior planeconoom Gemeente 12 maanden Verplicht: twee jaar aaneengesloten ervaring bij een stad met meer dan 100.000 inwoners, opgedaan in de laatste vier jaar
Consulent inburgering Gemeente 9 dagen Interne systemen van de organisatie bij naam genoemd in de eisen

Bron: Inhuurbron, juli 2026. Alle zes zijn door de analyse gemarkeerd; de looptijd is de contractperiode zoals die in de aanvraag staat. De kolom 'Wat opvalt' toont het meest zichtbare signaal; een markering berust op inhoudelijke kenmerken of een combinatie van signalen.

Achter de meeste van deze aanvragen zit een gewone gang van zaken: een lopend project, een zittende kracht die goed functioneert, en een raamovereenkomst die voorschrijft dat de voortzetting opnieuw wordt uitgevraagd. De uitvoeringsorganisatie uit de openingscasus wijkt weinig af van vergelijkbare organisaties: bijna een op de vijf van haar aanvragen draagt zulke kenmerken, iets boven het gemiddelde. Juist dat maakt het patroon hardnekkig: alles verloopt volgens de regels, en toch dingt de markt geregeld mee naar aanvragen waarvan de uitkomst al bepaald is.

Waaraan gemarkeerde aanvragen worden herkend

Doorslaggevend kenmerk, als aandeel van de gemarkeerde aanvragen.

  • Eisenprofiel op maat van een kandidaat 81%
  • Tijdlijn klopt niet (o.a. start voor deadline) 8%
  • Beoogde kandidaat genoemd of al geselecteerd 6%
  • Verlenging van zittende kracht 4%
  • Overige kenmerken 1%
De cijfers als tabel
Doorslaggevend kenmerkAandeel
Eisenprofiel op maat van een kandidaat81%
Tijdlijn klopt niet (o.a. start voor deadline)8%
Beoogde kandidaat genoemd of al geselecteerd6%
Verlenging van zittende kracht4%
Overige kenmerken1%

Bron: Inhuurbron, juli 2026. Per gemarkeerde aanvraag is het zwaarst wegende kenmerk geteld.

Waar de kenmerken zich concentreren

Het beeld verschilt per organisatietype. Bij het Rijk en de grote uitvoeringsorganisaties is bijna een op de vijf aanvragen gemarkeerd, bij provincies vrijwel evenveel. Gemeenten zitten rond het gemiddelde. Waterschappen en semipublieke organisaties als netbeheerders zitten daaronder; onderwijs‑ en onderzoeksinstellingen het laagst.

Aandeel gemarkeerde aanvragen per organisatietype

  • Rijk en uitvoeringsorganisaties 18,5%
  • Provincies 18%
  • Gemeenten 16,5%
  • Overige publieke organisaties 15%
  • Waterschappen 13,5%
  • Semipubliek (netbeheer, infrastructuur, zorg) 12%
  • Onderwijs en onderzoek 8%
De cijfers als tabel, met aantallen
OrganisatietypeGeanalyseerdAandeel gemarkeerd
Rijk en uitvoeringsorganisaties3.32118,5%
Provincies55618%
Gemeenten10.77516,5%
Overige publieke organisaties2.10815%
Waterschappen39213,5%
Semipubliek (netbeheer, infrastructuur, zorg)1.83712%
Onderwijs en onderzoek2158%

Bron: Inhuurbron, juli 2026. Indeling op basis van de naam van de opdrachtgever. De verticale lijn in de grafiek markeert het gemiddelde over alle publieke aanvragen: 16 procent. Percentages afgerond op halve procenten; aandelen bij kleine groepen zijn indicatief.

Die verschillen vragen om voorzichtigheid. Organisaties verschillen in het soort opdrachten dat ze uitzetten: specialistische ICT‑diensten stellen vaker niche‑eisen, wat de kans op markering verhoogt zonder dat er meer aan de hand hoeft te zijn. Aandelen bij kleine groepen zijn grillig. En de analyse meet deels openheid: wie eerlijk opschrijft dat een verlenging voorligt, is makkelijker te markeren dan wie hetzelfde verpakt als open aanvraag. Een hoog aandeel kan dus ook betekenen dat een organisatie er weinig doekjes om windt.

‘Alles verloopt volgens de regels, en toch dingt de markt geregeld mee naar aanvragen waarvan de uitkomst al bepaald is’

Het eisenprofiel als vingerafdruk

De grootste categorie kenmerken is subtieler dan een verkeerde datum: het eisenpakket op maat van een kandidaat. De analyse toetst op vijf maatwerk‑kenmerken: ervaring bij precies dit type organisatie, ervaring met het ene nichesysteem dat daar draait, precieze tijdseisen (‘de afgelopen drie jaar aaneengesloten’), organisaties die zichzelf in de eisen noemen, en een ongebruikelijk lange lijst verplichte eisen.

Elk kenmerk afzonderlijk is onschuldig, maar het aandeel gemarkeerde aanvragen stijgt met elk extra kenmerk: van ruim 6 procent bij nul van deze vijf kenmerken tot boven de helft bij alle vijf. Daarbij past een voorbehoud: deze kenmerken wegen mee in de beoordeling zelf, dus die oploop is geen onafhankelijke bevinding. Wel laat hij zien hoe zwaar het eisenprofiel in de markering weegt, en waar je als lezer zelf op kunt letten.

Er is ook een aanwijzing die buiten de beoordeling om is gemeten. Gemarkeerde aanvragen blijken anderhalf keer zo vaak een herpublicatie te zijn van een eerdere aanvraag met dezelfde functietitel bij dezelfde opdrachtgever: 16 procent, tegen 11 procent van de overige aanvragen. Herpublicatie weegt niet mee in de score, maar past bij het patroon van verlengingen en overbruggingen.

Uren die niemand vergoedt

De rekening ligt bij de aanbieder. Een aanbieding kost tijd: de aanvraag doornemen, een motivatie schrijven, het offerteformulier invullen. Hoeveel precies verschilt per ondernemer en per aanvraag, maar wie er een uur over doet en in een jaar op tien van zulke aanvragen reageert, is daar ruim een werkdag aan kwijt, terwijl er weinig kans tegenover stond. Een senior ontwikkelaar die voor dit artikel zijn dossier deelde, schat dat het hem over de jaren tientallen uren heeft gekost.

Wat eraan te doen valt

De uitweg zit niet in minder openbaar uitvragen, maar in eerlijk zijn over wat er wordt uitgevraagd. Een verlenging labelen als verlenging zou de markt direct duidelijkheid geven; de aanvragen die de zittende kandidaat nu al benoemen, laten zien dat het kan en dat het vrijwel geen tijd kost. Het publiceren van de gunning zou zichtbaar maken hoe vaak de zittende kandidaat wint. En waar het aanbestedingsrecht ruimte laat om opdrachten met een bekende voorkeurskandidaat onderhands af te handelen, is die route voor de markt minder belastend dan een openbare ronde die vooral voor de vorm wordt gehouden.


Zelf een aanvraag checken? De warme stoel check legt de aanvraagtekst langs de kenmerken uit dit onderzoek en toont alle gevonden signalen.

Methode

Inhuurbron verzamelde 35.444 inhuuraanvragen die openbaar zijn gepubliceerd op tientallen Nederlandse platforms, bij brokers en op opdrachtgeverssites. Dit artikel is gebaseerd op de 19.204 aanvragen daarvan met een publieke of semipublieke opdrachtgever, het overgrote deel uit 2025 en 2026. Alle cijfers in dit artikel komen uit dezelfde momentopname van 5 juli 2026. De sectorindeling en de indeling naar organisatietype zijn bepaald op basis van de naam van de opdrachtgever. Dubbele publicaties van dezelfde aanvraag zijn waar mogelijk samengevoegd op basis van opdrachtgever, functietitel en tekstuele overlap; volledige ontdubbeling over platforms heen is niet gegarandeerd.

Elke aanvraag is beoordeeld door een taalmodel dat de tekst toetst aan vooraf omschreven kenmerken, waaronder eisen op maat, zelfverwijzingen, verlengingstaal en de tijdlijn, aangevuld met deterministische datumcontroles zoals startdatum versus reactietermijn. De score is trapsgewijs opgebouwd: omstandigheden alleen, zoals een krappe tijdlijn, leiden hoogstens tot een score van 0,5 op een schaal van 0 tot 1. Een aanvraag geldt pas als gemarkeerd (0,75 of hoger) bij ten minste een inhoudelijk kenmerk of een combinatie van onafhankelijke kenmerken. Aanvragen waarvan de markering uitsluitend op een inmiddels gesloten status berustte, zijn uitgesloten. Als controle buiten de modelscore om is per aanvraag nagegaan of dezelfde opdrachtgever eerder een aanvraag met dezelfde functietitel publiceerde; die vergelijking is gemaakt voor aanvragen met een bekende publicatiedatum.

Beperkingen

De methode is ontwikkeld en bijgesteld aan de hand van handmatig beoordeelde steekproeven en enkele door betrokkenen bevestigde gevallen. Een systematische validatie tegen een onafhankelijke, door mensen gelabelde testset is nog niet uitgevoerd; een formele foutmarge is daarom niet vast te stellen. De markeringen zijn indicaties op groepsniveau, geen bewijs over individuele aanvragen.


Inhuurbron · Alle artikelen · Methode & beperkingen